Wij zien dat toeleverende partijen voor producten en diensten in de praktijk minder presteren dan dat als norm afgesproken is in het contract of SLA. De kosten van deze structurele onderprestatie komen doorgaans voor rekening van de afnemende partij omdat deze in de praktijk onvoldoende hard kan maken dat er uberhaupt sprake is van onderprestatie, laat staan wat de kosten hiervan zijn.
De basis voor onderpresteren wordt vaak al gelegd bij de keuze voor de leverancier. Afnemers leggen de lat in het (functionele) programma van eisen vaak hoger dan dat werkelijk nodig is. Dit leidt tot relatief dure uitkomsten, zeker als vervolgens blijkt dat een mindere leveranciersprestatie dan afgesproken in de praktijk volstaat. De factuur zal doorgaans echter wel gebaseerd zijn op dit (te) hoge niveau van de afspraak. Hiermee wordt geen recht gedaan aan het principe 'value for money'.